Dr Mukwege: een gezicht van de UNSCR 1325

‘De man die vrouwen repareert’. ‘De dappere dokter’. ‘Onze held!’. ‘Een feminist’. De gynaecoloog Mukwege wordt alom geprezen voor zijn werk in zijn ziekenhuis in het door oorlog en seksueel geweld geteisterde Oost-Congo. Maar Mukwege redt niet alleen levens. Hij strijdt ook voor erkenning van seksueel geweld als oorlogsmisdrijf en voor een rol van vrouwen in vredesprocessen: No Women, No Peace! Mukwege is daarmee een gezicht van een belangrijke, maar nog te onbekende VN-richtlijn: de UNSCR 1325. Vandaag, 31 oktober 2016, bestaat deze richtlijn 16 jaar en is ze relevanter dan ooit.

Wie is de man die vrouwen repareert?
Denis Mukwege is gynaecoloog en oprichter/directeur van het Panzi-ziekenhuis in Bukava, in Oost-Congo. Het ziekenhuis is een toevluchtsoord voor vrouwelijke slachtoffers van seksueel geweld. In Congo woedt sinds 1994 een burgeroorlog. Inzet van het conflict is controle over de natuurlijke rijkdommen van Congo. Denk aan grondstoffen zoals goud, koper, coltan en diamanten: ook wel ‘conflictmineralen’ genoemd.
De strijd in Congo is het meest dodelijke conflict sinds de Tweede Wereldoorlog, met miljoenen slachtoffers. De wortels van het enorme geweld liggen in de genocide door de Hutu’s op de Tutsi’s in buurland Rwanda. Veel Hutu-milities zijn gevlucht naar Congo en hebben de praktijk van verkrachtingen en etnische zuiveringen geïmporteerd. De strijdende partijen in Congo (de eerdergenoemde Hutu-rebellen uit Rwanda, het regeringsleger en talloze milities) hebben deze ‘gewoonte’ overgenomen. Een van de gevolgen is dat Congo ‘rape capital of the world’ wordt genoemd: in 2012 stond de teller op 48 verkrachtingen per uur. De verkrachtingen zijn extreem gewelddadig en vinden vaak in het openbaar plaats of in het bijzijn van familieleden.
Sinds 1999 behandelt Mukwege in het Panzi-ziekenhuis de slachtoffers. De vrouwen zijn vaak fysiek en geestelijk zo beschadigd dat ze letterlijk moeten worden ‘gerepareerd’. Specialisatie van het ziekenhuis zijn hersteloperaties: in de afgelopen 15 jaar zijn meer dan 40.000 vrouwen behandeld.
Naast gelauwerd arts is Mukwege ook een bekend mensenrechtenactivist. Hij reist de hele wereld rond om meer aandacht te vragen voor de situatie van vrouwen in Congo. Zijn podia zijn congressen en de media (zie bijv. de recente interviews in College Tour en RTLLN), maar ook politieke platformen zoals de vergadering van de Verenigde Naties. Hij kaart hier o.a. de economische oorzaken van het conflict in Congo aan en het gebrek aan actie tegen/de straffeloosheid van seksueel geweld. Mukwege ziet massaverkrachtingen als een oorlogswapen: goedkoop, toegankelijk, maar zeer destructief. En hij benadrukt vaak: ‘to use rape as a weapon of war is not just an African problem’.

Wereldwijd probleem: seksueel geweld als wapen
Mukwege heeft gelijk: seksueel geweld wordt wereldwijd als wapen ingezet. Of zoals Zainab Hawa Bangura (VN-afgevaardigde voor seksueel geweld in conflict) het formuleert: ‘no single continent, culture, region or religion has a monopoly on this scourge’.
De context is een oorlog of bezetting; de daders zijn militairen, andere strijders of burgers en de slachtoffers zijn voor het merendeel (ongewapende) meisjes en vrouwen. Het fenomeen is van alle tijden (check de Bijbel maar eens bijvoorbeeld) en zo oud als oorlogen zelf. Beruchte voorbeelden uit de Tweede Wereldoorlog zijn de inzet van seksslavinnen (‘troostmeisjes’) door Japanners en de verkrachtingen van Duitse vrouwen door het Rode Leger.
En tegenwoordig? Onderstaand kaartje van conflict gerelateerd seksueel geweld ná 1945 laat zien dat Congo niet op zichzelf staat. Dichterbij huis, in Bosnië, heeft het Servische leger begin jaren ’90 systematisch en op grote schaal Bosnische vrouwen en meisjes verkracht. Hedendaagse terroristische groeperingen als Boko Haram en ISIS komen geregeld in het nieuws omdat ook zij seksueel geweld inzetten als strategisch wapen. Boko Haram kidnapte in 2014 honderden Nigeriaanse schoolmeisjes, om ze als slavinnen te houden. ISIS deed iets soortgelijks na de verovering van Sinjar in Irak: ze ontvoerden 5.000 Yezidi-vrouwen, die ze verkochten als seksslaven. In een artikel in NRC over ontsnapte Yezidi-vrouwen kun je lezen over de verschrikkingen en dat zij bij terugkeer bepaald geen warm welkom vinden. En dat laatste is vaak nog maar één van de gevolgen waarmee slachtoffers te maken krijgen.

Kaart van conflict gerelateerd seksueel geweld na 1945

screen-shot-2016-10-28-at-15-50-41
Bron: www.parliament.UK*

Oorlogswapen met enorme impact
De impact van seksueel geweld als oorlogswapen is groot. De gevolgen voor slachtoffers zijn vaak niet alleen levenslang, maar ook veelomvattend. Allereerst kunnen zij door verminkingen ernstige fysieke klachten overhouden, zoals chronische pijn, fistels of zelfs onvruchtbaarheid. Dat laatste is desastreus voor vrouwen uit culturen waar de waarde en toekomst van een vrouw gelijk staat aan haar vermogen om kinderen voort te brengen. Slachtoffers hebben ook een grotere kans geïnfecteerd te zijn met HIV en SOA’s.
Hiernaast kunnen slachtoffers psychische gevolgen ondervinden, die lang kunnen aanhouden. Denk aan depressie, angst, PTSS, een laag zelfbeeld of suïcidale neigingen. Hier bovenop komen nog sociale en economische consequenties. In veel (voormalig) conflictgebieden kleeft een dusdanig stigma aan seksueel geweld dat slachtoffers geïsoleerd raken of zelfs verstoten worden door hun familie of echtgenoot. Deze uitsluiting heeft ook impact op kinderen. Met name kinderen die verwekt zijn tijdens een verkrachting, zijn kwetsbaar: ze lopen extra risico niet geaccepteerd of verwaarloosd te worden. Als bijkomend gevolg van de het geweld en/of de sociale ban slaan veel vrouwen op de vlucht en/of raken (met hun kinderen) in een armoedeval.
Als laatste lijkt veel conflict gerelateerd seksueel geweld te kunnen leiden tot meer ‘burger’ seksueel geweld tijdens of ná beeëndiging van het conflict. Deskundigen spreken wel van ‘normalisatie van seksueel geweld‘ of ‘hyper-masculanity‘. Cijfers van het eerdergenoemde Panzi-ziekenhuis laten bijvoorbeeld tussen 2004 en 2008 een schrikbarende toename van het aantal verkrachtingen door burgers zien.
Seksueel geweld als oorlogswapen raakt kortom niet alleen individuen, maar kan ook families en complete gemeenschappen generaties lang ontwrichten.

Een belangrijk tegenwapen: de UNSCR 1325
Ondanks de enorme impact, is seksueel geweld eeuwenlang beschouwd als een soort ‘collateral damage’, iets wat nu eenmaal bij oorlog hoort. Daders werden vrijwel nooit berecht. Zo zijn in het eerdergenoemde Bosnië, waar naar schatting tussen de 50.000 en 60.000 vrouwen zijn verkracht, volgens de VN maar twaalf zaken vervolgd. Tegelijkertijd hebben de verschrikkingen in Rwanda en Bosnië ook de wereld wakker geschud en bijgedragen aan een doorbraak.
In 1998 is het Statuut van Rome aangenomen, waarin seksueel geweld wordt erkend als een oorlogsmisdaad en misdaad tegen de menselijkheid. Hieronder vallen niet alleen verkrachting, maar bijv. ook seksuele slavernij en gedwongen prostitutie, zwangerschap of sterilisatie. In maart 2016 hebben 124 staten het verdrag geratificeerd.
Zestien jaar geleden (31 oktober 2000) heeft de Veiligheidsraad van de VN unaniem een richtlijn aangenomen: de UNSCR 1325. De UNSCR 1325 geldt als een mijlpaal op gebied van vrouwenrechten en vredes- en veiligheidsvraagstukken, omdat het de eerste VN-richtlijn is waarin specifiek vrouwen en hun rol in conflicten genoemd worden. De resolutie erkent de disproportionele en unieke impact van gewapend conflict op vrouwen en roept op tot:

  • vervolging van conflict gerelateerd geweld (vooral tegen vrouwen)
  • extra bescherming van vrouwen in oorlogsgebieden
  • benoeming van meer vrouwen in vredesoperaties
  • en participatie van meer vrouwen bij conflictpreventie en vredesonderhandelingen en -opbouw.

De bepalingen worden ook wel samengevat als de vier p’s van prevention, participation, protection, peacebuilding en recovery. De resolutie is bindend voor alle VN-lidstaten. De Veiligheidsraad moedigt alle lidstaten aan (i.s.m. NGO’s en andere lokale partijen) de richtlijn om te zetten in nationale actieplannen. Zo’n 60 landen, waaronder Nederland, hebben dat nu gedaan.

Wat is het effect van de richtlijn? 
Bij het 15-jarig bestaan van de UNSCR 1325 heeft een commissie onderzoek gedaan naar de bereikte resultaten. Conclusie is dat er langzame vooruitgang is.
Successen zijn de eerste vervolgingen van seksueel geweld en bijbehorende jurisprudentie; de instelling van een speciale VN-afgevaardigde; inrichting van onderzoek en monitoring van seksueel geweld in conflictsituaties; het groeiend aantal verwijzingen naar vrouwen in vredesakkoorden en de toegenomen aandacht van overheden voor belangen van vrouwelijke slachtoffers bij bestraffing van seksueel geweld, verzoening en herstel.
Aan de andere kant stelt de commissie ook dat er vooral sprake is van ‘eerste keren’, en bij lange na niet van een standaard. Een van de obstakels is dat tweederde van de lidstaten nog geen nationaal actieplan heeft. Hieronder vallen de vier landen (Bangladesh, Ethiopië, India, Pakistan) die de grootste bijdrage leveren aan vredesmissies. Dit is zorgwekkend omdat cijfers laten zien dat seksueel misbruik door vredestroepen nog steeds toeneemt. Op nationaal niveau vinden nog steeds weinig vervolgingen plaats van daders en bij vredesprocessen zijn weinig vrouwen betrokken. Last but not least zijn de budgetten voor implementatieprogramma’s marginaal. Vooral hervorming van de veiligheidssector en verbetering van de toegang tot justitie komen hierdoor in de praktijk niet van de grond.
Een belangrijk uitgangspunt van de commissie bij de aanbevelingen is: ‘prevention of conflict must be the priority, not the the use of force’. Zainab Hawa Bangura benoemt de lagere status van vrouwen als een belangrijke oorzaak van seksueel geweld. Zij ziet meer participatie van vrouwen in vredesprocessen, veiligheidsoperaties, economie en besluitvorming dan ook als belangrijke preventie. Andere musts volgens de commissie zijn dat overheden meer geld steken in de ‘women, peace and security agenda’ en een einde maken aan de straffeloosheid: de daders ter verantwoording roepen/bestraffen én de slachtoffers versterken (denk aan schadevergoedingen en geneeskundige en psychosociale hulp).

Liever actie dan een prijs
De UNSCR 1325 is een anonieme richtlijn. Mukwege is inmiddels een bekend gezicht en krijgt veel erkenning voor zijn werk. Zo heeft hij de Mensenrechtenprijs van de Verenigde Naties, de Olof Palme prijs en de Sacharov-prijs (die in 2016 is uitgereikt aan twee Yezidi-vrouwen) mogen ontvangen. Bekende geëngageerde acteurs als Angelina Jolie en Ben Affleck staan letterlijk en figuurlijk naast hem op het ‘strijdtoneel’.
Mukwege is ook al een aantal opeenvolgende jaren voorgedragen voor de Nobelprijs voor de Vrede. Zelf is Mukwege nuchter over de impact van de Nobelprijs. In interviews vraagt hij zich openlijk af of de prijs en bijbehorende ceremonie van één dag echt iets kunnen veranderen aan de situatie van vrouwen in Congo. Want daar gaat het hem om: commitment voor daadwerkelijke verandering. ‘In our hospital we still treat a big number of women who are raped. (..) Why can’t it stop even if we have this support?’ .
Volgens Mukwege laat de internationale gemeenschap het op dat vlak afwetenIn een speech in 2012 spreekt Mukwege de VN aan: ‘What is missing is the political will. (…) We need action, urgent action to arrest those responsible for these crimes against humanity and bring them to justice. (…). We need your unanimous condemnation of the rebel groups who are responsible for these acts. We also need concrete actions with regard to member states [lees: Rwanda, BW] of the UN who support these barbarities from near or afar’.
Mukwege heeft een punt. Hij bestrijdt in het Panzi-ziekenhuis de gevolgen van conflict gerelateerd seksueel geweld. Tegelijkertijd moet het probleem natuurlijk ook bij de wortel aangepakt worden, anders is het dweilen met de kraan open. Daarnaast is seksueel geweld niet beperkt tot de landsgrenzen van Congo en zijn juist nationale overheden en regeringslegers vaak medeverantwoordelijk voor dit geweld.
Het probleem vraagt daarom een internationale aanpak. Meer bekendheid over en verdergaande, wereldwijde implementatie van de UNSCR 1325 kan bijdragen aan betere agendering van seksueel geweld in conflictsituaties. Denk aan coördinatie van activiteiten door middel van National Action Plans; meer middelen voor lokale (educatie)programma’s voor burgers, leger, politie en justitiële sector en internationale druk op overheden om daders van seksueel geweld niet te steunen, maar te bestraffen. En een grotere rol voor vrouwen in besluitvormings- en vredesprocessen, iets wat ook Mukwege bepleit: ‘the voices of women should be heard at all stages of the peaceproces’.
Het werk van Dr. Mukwege is inspirerend en absoluut Nobelprijs-waardig. Zijn inspanningen en het leed van de slachtoffers verdienen echter vooral aandacht voor bestrijding van conflict gerelateerd seksueel geweld. Want voorkomen is nog altijd beter dan genezen!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s