Uitslag referendum: stemmen ‘Muggen’ strategisch?

6 april 2016 zijn miljoenen Nederlanders naar de stembus gegaan voor een omstreden referendum over een associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne. De opkomst, voors en tegens van strategisch stemmen en het effect op de uitslag roepen twee weken na dato nog steeds veel discussie op. Ik was nieuwsgierig: hoe verhoudt de uitslag van Haarlem zich tot het landelijke beeld? Zijn er opvallende verschillen tussen de wijken? In deze blog ga ik in op de opkomst, de verdeling van stemmen en kenmerken van de kiezers die voor of tegen hebben gestemd. Mijn conclusie: er zijn m.i. sterke aanwijzingen dat ook ‘Muggen’* strategisch stemmen…

1 Wel of niet stemmen: de opkomst

Landelijk De hele verkiezingsdag is het een hot topic in de (social) media: wat wordt de opkomst voor het referendum? Reden voor de opwinding is de opkomstdrempel: de uitslag is alleen geldig als minimaal 30% van de kiezers in het stemlokaal verschijnt. Op de grote dag zelf geven peilingen rond het middaguur aan dat het erom gaat spannen of ’s avonds de drempel gehaald wordt. De definitieve uitslag van De Kiesraad bevestigt de close-call: 32,28%, oftewel ruim 4 miljoen kiezers, zijn naar de stembus gegaan. Dit is een stuk lager dan bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten in 2015 (47%); het Europees Parlement in 2014 (37%), en de Tweede Kamer in 2012 (74%).
Waarom zijn zoveel kiezers thuisgebleven? Een onderzoek van de NOS onder een paar duizend thuisblijvers geeft een eerste inzicht in beweegredenen. Een kwart van de ondervraagden noemt als drie belangrijkste redenen om niet te gaan stemmen: ‘de regering doet toch niets met de uitslag’; ‘ik weet niet wat ik moet stemmen’ of ‘ik ben tegen dit referendum’. Een kleinere groep (ca. 15%) geeft aan bewust te zijn thuisgebleven, in de hoop dat de opkomst niet boven de 30% komt.
Andere peilingen bevestigen het beeld dat de opkomstdrempel en ‘strategisch stemmen’ bij dit referendum een grote rol hebben gespeeld, met name onder de potentiële ‘voor’-stemmers. Peter Kanne van I&O Research meldt twee dagen voor het referendum in het AD: ‘Van alle mensen die voor zijn en die nog niet weten of ze woensdag naar de stembus gaan, zegt een op de vijf overdag de opkomst in de gaten te houden.’ Een analyse van Maurice de Hond van de uitslag laat (inderdaad) een verband tussen stemgedrag en tijdstip van opkomst zien. In de ochtenduren draven verhoudingsgewijs vooral tegenstanders op. Na 19.00 uur komen juist relatief veel voorstanders naar de stembus en dit bereikt een piek tussen 20.00 en 21.00 uur. Om onder de opkomst van 30% te blijven zouden overigens een op de zes ‘voor’-stemmers moeten zijn thuisgebleven.

Haarlem Hoe zit het met de opkomst van de Haarlemse kiezer? Als je de opkomstpercentages van alle gemeenten naast elkaar legt scoort Roozendaal het hoogst (49%) en Reusel-De Mierden het laagst  (24%). Rotterdam en Amsterdam zitten met opkomstpercentages van ca. 25% ook in de onderste regionen.
De opkomst van Haarlem is gemiddeld: 33%. Opvallend zijn de verschillen in opkomst tussen de 21 wijken in Haarlem**. Afbeelding 1 laat zien dat de opkomst varieert van minder dan 25% tot meer dan 40%.

Afbeelding 1
Kaart met opkomstpercentage
Bron: afdeling DIA van gemeente Haarlem.

In Duinwijk en Te Zaanenkwartier gaan ca. vier op de tien kiezers naar de stembus; in Boerhaavewijk en Meerwijk ca. twee op de tien.
In 2014 gaan iets meer Haarlemmers (37%) naar de stembus voor verkiezingen voor het Europees Parlement. Wat zijn de verschillen in opkomst per wijk tussen 2016 en 2014? In grafiek 1 heb ik de opkomstpercentages per wijk in 2016 en 2014 weergegeven (gebaseerd op de meer gecondenseerde wijkindeling in 2014/2015**).

Grafiek 1
Opkomst in % per wijk

In een blog over de uitslag in Haarlem van de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2014 heb ik al geschreven dat sommige wijken in Haarlem een traditioneel lage, dan wel hoge opkomst hebben. Bovenstaande grafiek bevestigt dit patroon: wijken die in 2016 qua opkomst relatief laag (bijv. Schalkwijk, Haarlem-Oost) of hoog (bijv. Ter Kleef & Te Zaanen en Duinwijk) scoren, doen dat ook in 2014. Wel valt op dat juist in de wijken met een traditionele bovengemiddelde opkomst (Oude Stad, Spoorbaan Leiden, Haarlemmerhout, Ter Kleef & Zaanen en Duinwijk) de verschillen tussen 2016 en 2014 het grootst zijn: ca. 10%. Met andere woorden: met name in de wijken waar traditioneel bovengemiddeld veel kiezers naar de stembus gaan, zijn bij het referendum relatief veel kiezers thuisgebleven.

2 Voor of tegen: de stemming

Landelijk Het resultaat van het referendum is bekend: een ruime meerderheid van 61% (2,5 miljoen kiezers) stemt tegen; en een minderheid van 38.2% (1,5 miljoen kiezers) voor. Opvallend is het relatief grote aandeel van blanco en ongeldige stemmen: samen bijna 2% (goed voor ca. 70.000 kiezers). Bij andere verkiezingen (Europees Parlement in 2014, Tweede Kamer in 2012) liggen deze percentages ver onder de 1%.
De uitslag roept gezien de lage opkomst van 30% aardig wat discussie en interpretatieverschillen op. Sommigen stellen dat de 2,5 miljoen tegenstemmers representatief zijn voor een ruime meerderheid van de Nederlanders die tegen het verdrag is. Anderen stellen dat juist de grote groep van 8 miljoen kiezers die niet is komen opdagen laat zien dat het merendeel van de Nederlanders onverschillig is/geen bezwaar heeft tegen het verdrag.
Een interessante bevinding uit een peiling van Maurice de Hond is het effect van de opkomstdrempel op het stemgedrag van de voorstanders en de uitslag. Een ruime kwart van de kiezers die voor heeft gestemd, geeft aan niet naar de stembus te zijn gekomen als ze wisten dat de drempel niet gehaald zou worden. Andersom geeft een groep thuisblijvers (tegenstanders, maar vooral voorstanders) aan wel te zijn gekomen als ze zeker wisten dat de drempel gehaald zou worden. In het laatste geval zou volgens De Hond de verhouding tegenstanders en voorstanders anders zijn geweest: 53% versus 41%.

Haarlem Hoe is de verdeling van voor- en tegenstemmers in Haarlem? In ca. 380 van de 400 gemeenten stemt de meerderheid tegen. Slechts 20 gemeenten hebben meer voorstemmers dan tegenstemmers, waaronder Amsterdam, Bloemendaal en Heemstede. In Haarlem stemt een kleine meerderheid tegen: 54%. Maar net als bij de opkomst, zijn er ook bij de stem zelf grote verschillen tussen de wijken. Afbeelding 2 toont dat in ca. eenderde van de wijken een meerderheid vóór het verdrag heeft gestemd.

Afbeelding 2
Kaart met % voor en tegenstemmers
Bron: afdeling DIA van gemeente Haarlem. 

In grafiek 2 heb ik de uitslag per wijk weergegeven (gebaseerd op de meer gecondenseerde wijkindeling in 2014/2015**).

Grafiek 2 Voor en tegenstemmers Haarlem

Het valt op dat kiezers in de eerdergenoemde wijken met een lage opkomst (Schalkwijk, Haarlem-Oost) overwegend tegen hebben gestemd en in de wijken met een hoge opkomst (Oude Stad, Spoorbaan Leiden, Haarlemmerhout, Ter Kleef & Zaanen en Duinwijk) overwegend voor. Als je inzoomt op de uitslag van de negen gecondenseerde wijken zie je ditzelfde patroon terug. De top 3 van sub-wijken met de laagste opkomst (Boerhaavewijk, Meerwijk, Slachthuisbuurt) zit ook in de top 5 van buurten met het grootste percentage tegenstanders. Andersom heeft de wijk met de allerhoogste opkomst (Duinwijk) ook het grootste percentage voorstanders. Met andere woorden: in wijken met een traditioneel lage opkomst is vaker tegen gestemd en in wijken met een traditioneel hoge opkomst vaker voor.

3 Wie stemt er voor en wie stemt er tegen?

Landelijk Zijn er opvallende verschillen tussen kiezers die voor of tegen het verdrag stemmen? Het onderzoeksbureau IPSOS heeft op basis van een exitpoll data verzameld over kenmerken van opgekomen kiezers (zoals geslacht, opleiding, partijvoorkeur) en stemgedrag. Een aantal conclusies:

  • Vrouwen stemmen vaker tegen: ca. 7 op de 10 vrouwelijke stemmers versus ca. 6 op de 10 mannelijke stemmers heeft tegen het verdrag gestemd.
  • PVV- en SP-stemmers stemmen vaker tegen: ca. 95% van de PVV-stemmers en 83% van de opgekomen SP-stemmers heeft tegen het verdrag gestemd.
  • GL- en D66-stemmers stemmen vaker voor: ca. 70% van de GL-stemmers en 65% van de D66-stemmers heeft voor het verdrag gestemd.
  • Laagopgeleiden stemmen vaker tegen: ca. 70% van de laagopgeleiden versus 49% van de hoogopgeleiden heeft tegen het verdrag gestemd.

 

Een peiling van Maurice de Hond naar het werkelijke stemgedrag van 6.000 kiezers schetst een zelfde beeld. Vrouwen, PVV-stemmers en SP-stemmers en laagopgeleiden hebben vaker tegen gestemd dan resp. mannen, GL-stemmers en D66-stemmers en hoogopgeleiden. Dat partijvoorkeur een sterke aanwijzing is voor het stemgedrag is goed verklaarbaar: D66 en GL staan bekend als uitgesproken ‘eurofiele’ partijen. De PVV en SP zijn (wat betreft EU-standpunt) hun tegenpool en profileren zich als ‘eurosceptisch’. Hiernaast is bekend dat opleiding van kiezers een belangrijke voorspeller is voor hun houding t.o.v. de EU: hoogopgeleiden zijn positiever over de EU dan laagopgeleiden.

Haarlem Wat valt er te zeggen over de Haarlemse kiezers die voor of tegen hebben gestemd? Helaas beschik ik niet over exacte gegevens van de kiezers, zoals geslacht, partijvoorkeur of opleiding. Maar er valt wel een en ander af te leiden uit het (eerdere) stemgedrag in de wijken en sociaal-demografische gegevens van de wijken.
Afbeelding 3 laat zien dat de voorstemmers geconcentreerd zijn in bepaalde wijken.

Afbeelding 3
Kaart met % voorstemmers
Bron: afdeling DIA van gemeente Haarlem.

In grafiek 3 heb ik weergegeven op welke partij er in een wijk is gestemd tijdens de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2014 (gebaseerd op de meer gecondenseerde wijkindeling in 2014/2015**).

Grafiek 3Stem op partij 2014 Haarlem

Grafiek 3 laat zien het stemgedrag sterk uiteenloopt. De wijken Schalkwijk en Haarlem-Oost hebben een relatief groot aandeel PVV-en SP-stemmers. Grafiek 2 toont dat dit ook de wijken zijn waarin een grote meerderheid tegen het verdrag heeft gestemd. Oude Stad, Spoorbaan Leiden, Haarlemmerhout, Ter Kleef & Te Zaanen en Duinwijk hebben juist een groot percentage GL- en D66-stemmers. Grafiek 2 toont dat dit de wijken zijn waar de meerderheid juist voor het verdrag heeft gestemd. Met andere woorden: in wijken met relatief veel PVV- en SP-stemmers is vaker tegen gestemd en in wijken met relatief veel GL- en D66-stemmers vaker voor.
De buurtmonitor van de gemeente Haarlem geeft inzicht in sociaal-demografische kenmerken van wijken, zoals arbeidsparticipatie en inkomen van inwoners. Uit deze gegevens blijkt dat de (sub)wijken waarin de meeste kiezers voor hebben gestemd (Oude Stad, Spoorbaan Leiden, Haarlemmerhout, Ter Kleef & Zaanen en Duinwijk) tot de welgestelde regio’s horen: het inkomensniveau van de inwoners is op zijn minst bovengemiddeld/behoort tot het hoogste van Haarlem. De (sub)wijken waarin relatief vaak tegen is gestemd (Schalkwijk en Haarlem-Oost) vertonen het omgekeerde beeld: het inkomensniveau van de inwoners is lager dan gemiddeld/behoort tot het laagste van Haarlem. Met andere woorden: in minder welgestelde wijken is vaker tegen gestemd en in relatief welgestelde wijken vaker voor.

4 Conclusie

Welke conclusies kun je uit het bovenstaande trekken? De opkomst voor het referendum in Haarlem is landelijk gezien gemiddeld en niet opzienbarend. Wijken die in 2016 qua opkomst relatief laag scoren (Schalkwijk, Haarlem-Oost), doen dat ook in 2014. Wel valt op dat juist in de wijken met een traditionele bovengemiddelde opkomst (Oude Stad, Spoorbaan Leiden, Haarlemmerhout, Ter Kleef & Te Zaanen, Duinwijk) de verschillen tussen 2016 en 2014 het grootst zijn.
Dit laatste is verklaarbaar als je nader inzoomt op het stemgedrag, de partijvoorkeur van de kiezers en sociaal-demografische kenmerken van de wijken.
Uit de analyse blijkt namelijk dat in Haarlem vaker tegen is gestemd in minder welgestelde wijken met een relatief groot aantal PVV- en SP-stemmers en vaker voor is gestemd in de welgestelde wijken met een relatief groot aantal GL- en D66-stemmers. Juist in die laatstgenoemde categorie wijken zijn in vergelijking met eerder verkiezingen ook relatief veel kiezers (ca. 10%) thuisgebleven.
Landelijke peilingen laten zien dat veel potentiële voorstemmers (die zich met name bevinden onder GL- en D66-stemmers) zich hebben laten leiden door de opkomstdrempel. Mijn vermoeden is dat in de eerdergenoemde wijken met een groot verschil in opkomst met voorgaande verkiezingen een hoop ‘Muggen’ zijn die ‘strategisch gestemd’ hebben, oftewel bewust zijn thuisgebleven. Eigenlijk zijn deze thuisblijvende Haarlemse kiezers ook in een ander opzicht vergelijkbaar met muggen: je hoort ze niet, je ziet ze niet, maar ze beïnvloeden wel de uitslag.

Toelichting 

* Mug is een bijnaam voor Haarlemmers.
** De indeling in wijken en buurten van Haarlem is tussen 2014 en 2016 gewijzigd. In 2014/2015 (zie Wijkindeling Haarlem 2015) was sprake van negen wijken; in 2016 van 21 wijken (zie Wijkindeling Haarlem 2016). Om toch een vergelijking tussen de uitslag in 2014 en 2016 te kunnen maken, heb ik onderstaande omzettabel gebruikt van de afdeling DIA van de gemeente Haarlem (met dank aan dhr. Otto). Ik heb ervoor gekozen om de grafieken te baseren op basis van de indeling in negen wijken in 2014/2015, omdat deze gecondenseerder/makkelijker interpreteerbaar is. De opgenomen kaartjes zijn verstrekt door de gemeente Haarlem.

Omzettabel

Omzettabel

 

Advertenties

4 Comments

  1. Leuk stuk, alleen het begin is een beetje verwarrend, je schrijft “gaan” in plaats van “gingen” . Geeft een beetje verwarring, ze hebben al gestemd.

    Groetjes,

    Mama

    Verstuurd vanaf mijn iPad

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s